‘Geef afgeschreven schoolgebouw een tweede kans’

Ten onrechte kiezen veel gemeenten en architecten ervoor om sterk verouderde schoolgebouwen plat te gooien en te vervangen voor nieuwbouw. Niet altijd is dat de beste oplossing. De Rotterdamse basisschool De Wilgenstam is het bewijs dat zelfs een technisch afgeschreven gebouw van circa zestig jaar oud prima een tweede kans kan krijgen. Vakblad Stedebouw & Architectuur riep De Wilgenstam deze maand uit tot het duurzaamste gerenoveerde schoolgebouw van Nederland.

Wilgenkamp uniek in Nederland
Stedebouw & Architectuur vroeg duurzaamheidsadviseur Ruud van Vliet om een top tien van duurzame schoolgebouwen in Nederland op te stellen. Wetenschappelijk onderzoek ligt daar niet aan ten grondslag, maar Van Vliet durft de stelling wel aan dat De Wilgenkamp uniek is in Nederland. ‘Dit schoolgebouw, dat technisch aan het eind van zijn levensduur was, is door renovatie in acht weken tijd van energielabel G naar A++ gegaan. Er zijn veel ambitieuze scholen, maar ik ken er geen in Nederland die dat eerder heeft gedaan.’ De school combineerde een koudewarmteopslag met maatregelen voor een beter binnenklimaat.

Hoge investering verdient zich terug
Scholen kiezen bij renovatie vaak voor een deeloplossing. Isolatie bijvoorbeeld, energieverbruik of gebruik van duurzaam materiaal. Beter is volgens Van Vliet om alle duurzame mogelijkheden integraal door te rekenen. Dan blijkt dat een 20 procent hogere investering op de lange termijn zorgt voor 30 tot 50 procent lagere exploitatiekosten. ‘Je moet kijken naar alle kosten die samenhangen met investeren in en beheren van een gebouw. Met een installatie voor warmtekoudeopslag gaat de gasrekening bijna naar nul, maar de elektriciteitsrekening wordt hoger. Als je dat combineert met energiebesparende maatregelen, zoals isolatie of zonnepanelen, gaan die vaste lasten weer omlaag.’

Neiging om oude gebouwen te slopen
Volgens Van Vliet zijn maar weinig scholen zo ambitieus. Hij neemt bij gemeenten en architecten eerder de neiging waar om oude gebouwen te slopen en een splinternieuw gebouw neer te zetten met alle duurzame toeters en bellen. Dat levert óók duurzame schoolgebouwen op, maar het is niet altijd nodig en niet altijd de duurzaamste oplossing. Bij scholen zit echter vaak te weinig kennis om daarover een afgewogen keuze te maken, stelt Van Vliet. Bovendien voorziet de financieringswijze van schoolonderhoud niet in de extra kosten voor onderhoud van geavanceerde systemen en installaties. ‘Kwaliteitsverbeteringen kosten geld, maar dat is niet meegenomen in het vergoedingensysteem van het rijk.’

Verantwoordelijkheid naar gemeenten
Vanaf volgend gaat de verantwoordelijkheid voor bekostiging van schoolgebouwen volledig over van gemeenten naar schoolbesturen. Gemeenten blijven alleen verantwoordelijk voor nieuwbouw en grote investeringsprojecten, zegt Van Vliet. Volgens hem is het belangrijk dat gemeenten de dialoog met schoolbesturen aan gaan. ‘Zij kunnen de noodzakelijke kwaliteitsverbetering niet realiseren, zeker de kleine besturen niet. Ze hebben de expertise van gemeenten nodig.’ Van Vliet meent dat gemeenten een voorraadperspectief moeten neerzetten: wat op lange termijn de behoeften zijn van alle scholen en welk geld daarvoor beschikbaar is. In diverse gemeenten wordt daar al aan gewerkt, zegt Van Vliet. ‘Ik denk dat bundeling van middelen de enige manier is om voor alle schoolgebouwen een acceptabele kwaliteit te realiseren. Er zijn in Nederland 1200 schoolbesturen die slechts een gebouw in beheer hebben. Voor hen wordt het anders heel lastig om een verbeterslag te maken.’

Bron: Binnenlands Bestuur