Kwaliteit schoolgebouwen Vlaanderen stabiel

Werk maken van multifunctioneel gebruik

De kwaliteit van de schoolgebouwen in Vlaanderen is de voorbije vijf jaar nagenoeg stabiel gebleven. Dat blijkt uit de schoolgebouwenmonitor 2013 die vandaag in de commissie onderwijs in het Vlaams Parlement werd voorgesteld. De schoolgebouwen in Vlaanderen en in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel halen een kwaliteitsscore van 64%. Veiligheid en comfort scoren relatief goed. Voldoen aan de nieuwe maatschappelijke noden en onderwijsuitdagingen kan beter. “De monitor bewijst de nood aan investeringen op het vlak van schoolinfrastructuur. De gebouwen moeten ook vaker open staan voor buitenschools gebruik”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits. Het huidige publiek-private programma ‘Scholen van Morgen’ en het toekomstige Masterplan Scholenbouw zullen op dat vlak een nieuwe dynamiek met zich meebrengen.

Wat is de schoolgebouwenmonitor?

De schoolgebouwenmonitor 2013 geeft aan de hand van een aantal indicatoren informatie over de kwaliteit, het gebruik en het beheer van de schoolgebouwen in Vlaanderen en Brussel (Brussels Hoofdstedelijk Gewest).

Het is een grootschalige bevraging die AGIOn (het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs) in 2013 voor de tweede keer heeft uitgevoerd bij alle onderwijsinstellingen van alle onderwijsnetten, behalve hogescholen en universiteiten. De eerste meting dateert van 2008. De schooldirecties werden bevraagd over de kwaliteit, het gebruik, de totstandkoming en het beheer van hun schoolpatrimonium. 53% van de aangeschreven directies hebben de vragenlijst ingevuld.

Omvang schoolgebouwenpark

Het schoolgebouwenpark in Vlaanderen en Brussel bestrijkt een oppervlakte van 16,6 miljoen m² of naar schatting 20.000 gebouwen. 6,2% van de gebouwen dateert van na 2008, 65,2% dateert van tussen 1950 en 2008 en 28,6% dateert van voor 1950. Het aandeel paviljoenen en voorlopige units bedraagt 9% van het schoolgebouwenpark, dat zijn er 2 % meer dan in 2008.

Uitvoering van werken

In de periode 2008-2013 is er voor 567 miljoen euro uitgekeerd aan subsidies in dossiers mét volledige eindafrekening over 2503 vestigingsplaatsen (enkel gesubsidieerd onderwijs). Op 70% van de vestigingsplaatsen werden er werkzaamheden uitgevoerd. Naar schatting werd in drie vierde van de werkzaamheden een bouwsubsidie door AGIOn toegekend. Die werkzaamheden zorgen effectief voor een verbetering van de kwaliteit van de schoolgebouwen. Subsidies hoger dan 250.000 euro leiden tot de grootste verbetering in de algemene kwaliteitsscore. Kleinere subsidies zijn er vooral voor instandhoudingswerken. De meerwaarde van het subsidiebeleid wordt versterkt als er een goed plannings- en ontwerpproces op schoolniveau gebeurt.

Kwaliteit van het schoolgebouwenpark

Het schoolgebouwenpark haalt een kwaliteitsscore van 64%, dat is een stijging met 0,5% in vergelijking met 5 jaar geleden. Als geheel is de kwaliteit van de gebouwen dus quasi gelijk gebleven. 30% van de vestigingsplaatsen wordt als zeer goed beoordeeld; 57% zit in de middenmoot en ruim 13% scoort onvoldoende.

Basiscriteria zoals veiligheid en gebruikscomfort scoren vrij goed (74% en 70%), belevingswaarde en kosten m.b.t. afbetaling, huur en onderhoud worden lager geëvalueerd (64% en 48%). Indicatoren die betrekking hebben op de basiskwaliteiten (71%) krijgen betere scores dan de indicatoren die betrekking hebben op nieuwe maatschappelijke en onderwijsuitdagingen (58%).

Het grootste deel van de gebouwen situeert zich rond de gemiddelde score. Op bijna 14% van de vestigingsplaatsen is de kwaliteit onvoldoende, een lichte afname in vergelijking met 5 jaar geleden. 8% voldoet niet aan de basiscriteria (hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid).

Bezetting en multifunctioneel gebruik

6 op de 10 de leslokalen zijn volledig bezet, 28 % van de leslokalen is overbezet of er is plaatsgebrek. Slechts 12% van de leslokalen zijn onderbezet of staan leeg. Voor andere types lokalen (bv. refters, turnzalen, sanitair, leraarslokalen, enz.) is er vrijwel een soortgelijke bezetting. Overbezetting komt overal voor (in grootstedelijk gebied, kleine steden, buitengebied en randgemeenten). Overbezetting en acuut plaatsgebrek doet zich het meest voor in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in de randgemeenten van grootstedelijk gebied.

In ruim 62% van de vestigingsplaatsen wordt de infrastructuur ook buitenschools gebruikt. Dat is een stijging met 3% in vergelijking met 2008. Scholen en verenigingen maken ook na de lesuren gebruik van de infrastructuur.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits stelt conform het Vlaams Regeerakkoord dat het multifunctioneel gebruik nog kan toenemen en gestimuleerd kan worden zowel buiten de schooluren als ook tijdens de weekends en de vakanties.

De kwaliteit van de schoolgebouwen ligt het hoogst in West-Vlaanderen, gevolgd door Limburg. In West-Vlaanderen ligt het aandeel scholen met volledige of overbezetting het laagst, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er het meest sprake van overbezetting.

90% van de vestigingsplaatsen beschikt over een beleidsverklaring veiligheid, gezondheid en milieu en 71% van de vestigingsplaatsen heeft een verantwoordelijke gebouwenbeheer. Ruim 92% van de scholen hebben een asbestinventaris opgemaakt. Dat is een stijging met 8%. Door het verouderde gebouwenpark blijkt in 52% van de gebouwen asbest aanwezig te zijn, 29% van de scholen had in 2013 concrete plannen om tot asbestverwijdering over te gaan. Globaal wordt deze thematiek goed opgevolgd.

Scholen van Morgen

Het nieuwe publiek-private programma Scholen van Morgen zit op dit moment op kruissnelheid. De volgende jaren worden minstens 200 nieuwe schoolgebouwen in 165 projecten gerealiseerd. Goed voor een oppervlakte van 625.000 vierkante meter waarvan 90% nieuwbouw en 10% renovatie. Het gaat om een totale investeringswaarde van 1,5 miljard euro. In de provincie Antwerpen gaat het om 48 projecten, in Limburg om 19 projecten, in Oost-Vlaanderen om 36 projecten, in Vlaams-Brabant om 25 projecten, in West-Vlaanderen om 35 projecten en in het Brussel Hoofdstedelijk Gewest om 2 projecten.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Deze schoolgebouwenmonitor 2013 toont de grote nood aan investeringen in de schoolgebouwen in Vlaanderen en Brussel. Basiscriteria zoals veiligheid, bewoonbaarheid en hygiëne scoren relatief goed. Uitdagingen liggen er onder meer op het vlak van kostenbeheersing en energiezuinigheid. Het programma ‘Scholen van Morgen’ zit nu op kruissnelheid. De volgende jaren worden minstens 200 nieuwe schoolgebouwen gerealiseerd, met aandacht voor het multifunctioneel gebruik ervan. Daarbovenop ontwikkelen we een Masterplan Scholenbouw waarmee we verder tegemoet willen komen aan de nood aan nieuwe of vernieuwde schoolgebouwen en aan bijkomende schoolcapaciteit op specifieke locaties. In de toekomst is het van belang dat de schoolinfrastructuur buiten de schooluren ook voor andere doeleinden kan worden gebruikt. Ook op het vlak van opleidingsinfrastructuur willen we de samenwerking aanmoedigen. Scholen hebben een belangrijke functie als kloppend hart voor de hele buurt.”

Bron: Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming