Minder uitgaven onderwijshuisvesting door Nederlandse gemeenten

In 2010 hebben gemeenten € 150 miljoen minder uitgegeven aan huisvesting dan binnen kwam via het Gemeentefonds. Dit heeft minister Donner van Binnenlandse Zaken de Tweede Kamer laten weten, op grond van een uitgevoerd onderzoek.

Er is een aantal mogelijke verklaringen van financieel economische aard voor de lagere uitgaven.
Het accres is sterker gestegen dan nodig voor de dekking van de kapitaallasten. Verder verloopt de ingroeiregeling voor vervanging van schoolgebouwen voor voortgezet onderwijs sneller dan de daadwerkelijke vervanging, waardoor gemeenten pas later deze uitgaven hebben. Ten derde is momenteel de marktrente vrij laag.
Uit het onderzoek blijkt dat zowel klassengrootte als leegstand van schoolgebouwen geen verklarende factoren zijn voor de onderbesteding. Bovendien blijkt uit afzonderlijk onderzoek dat het niveau van het buitenonderhoud en technische staat van het gebouw over het algemeen goed genoemd kan worden. Er is, aldus de onderzoekers, in het algemeen geen aanleiding om te veronderstellen dat scholen onvoldoende technisch worden onderhouden. Het onderzoek naar de staat van onderhoud van gebouwen is uitgevoerd in twaalf gemeenten.

Oude gebouwen
Wel is in het primair en voortgezet onderwijs meer dan de helft van de schoolgebouwen meer dan 30 jaar oud en laat het binnenklimaat van 80 procent van de scholen te wensen over. Het aantal verleende bouwvergunningen voor scholen is de laatste jaren sterk afgenomen. Mogelijk speelt de economische crisis een rol bij een voorzichtiger keuze voor de nieuwbouw van scholen door gemeenten. In de komende jaren is een groot aantal van de schoolgebouwen aan vervanging of renovatie toe. De huidige gebouwen verhouden zich steeds minder met de onderwijskundige eisen die tegenwoordig aan een schoolgebouw worden gesteld.

Verder zijn de eisen aan bestaande bouw lager dan het huidige Bouwbesluit voor nieuwbouw. De oudere schoolgebouwen voldoen nu aan de minimale technische kwaliteitseisen op het moment van bouw, maar niet aan de huidige (maatschappelijke) normen voor een gezond binnenklimaat, de noodzaak van verdere uitbouw van het aantal brede scholen en de normen die de invoering van passend onderwijs met zich meebrengt. Uit ander onderzoek blijkt dat de kwaliteit van het binnenmilieu en de huisvesting een belangrijke voorwaarde is voor de kwaliteit van het onderwijs. Op dit moment wordt er door een aantal schoolbesturen zelf geïnvesteerd in de kwaliteit van de onderwijshuisvesting, terwijl dit niet hun verantwoordelijkheid is.

Bron: Verenigde Bijzondere Scholen