Scholen in Rotterdam in slechte staat

De stad Rotterdam investeert al jaren „systematisch” te weinig in het onderhoud van schoolgebouwen voor het primair onderwijs. „Dat is vooral zorgelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en daarmee de leerprestaties van scholieren.”

Dat constateert de Rekenkamer Rotterdam woensdag in een rapport over de onderhoudstoestand van de lagereschoolgebouwen in Rotterdam. Er zou jaarlijks 7 miljoen euro moeten worden geïnvesteerd, maar er werd maar ruim 4 miljoen euro aan uitgegeven.

Volgens de rekenkamer heeft de gemeente „geen flauw idee” van de toestand van het onderhoud. Er is geen zogeheten conditiemeting van de gebouwen. Dat komt omdat er geen goede overdracht was toen de gebouwen werden overgedragen van de dienst Jeugd & Onderwijs naar de dienst Vastgoed. Deze diensten werkten niet goed samen en er bestond onenigheid. Ook was door inkrimping van het ambtelijk apparaat sprake van leegloop van kennis.

Het college kan zich grotendeels vinden in de kritiek van de rekenkamer. Verantwoordelijk wethouder Hugo de Jonge (CDA) zei in een reactie onder meer dat er inderdaad tijd nodig was voor de overgang van de panden van de dienst Jeugd & Onderwijs naar de dienst Vastgoed. Volgens De Jonge komt het allemaal goed als in 2014 een inspectie komt van alle 700 schoolgebouwen, een zogeheten onderhoudsmonitor.

„Dat had de wethouder al veel eerder moeten doen”, zei directeur Paul Hofstra van de rekenkamer. Die noemde het opvallend dat De Jonge een dag voor de presentatie van het rapport met het plan kwam om 150 scholen aan te wijzen voor renovatie of nieuwbouw, ook al is daar nog geen geld voor. „Ik had die plannen graag in de rapportage meegenomen”, aldus Hofstra.

D66-raadslid Jos Verveen noemde het zorgelijk dat de wethouder „onvoldoende grip” heeft op de toestand van de schoolgebouwen, „terwijl je een wettelijke zorgtaak hebt”. Hij pleit voor onderzoek naar het afstoten van de schoolpanden, zodat die breder kunnen worden ingezet, „want dat is ook goedkoper.”

Bron: De Telegraaf