“Stoken voor de vogels en een binnenklimaat om astma van te krijgen”

Stoken voor de vogels en een binnenklimaat om astma van te krijgen: veel scholen voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. Maar geld om het onderhoud goed aan te pakken, komt niet vrij. Muts op in de klas en de bouw blijft in de kou? ‘We hebben een megaprobleem.’

We stoken voor de vogels’, zegt schoolleider Petra Toor van de Amsterdamse basisschool Het Winterkoninkje. Het gebouw in de dichtbebouwde volkswijk de Baarsjes dateert uit 1917 en volgens de huidige maatstaven had het al in de jaren zestig grondig gerenoveerd moeten worden. Nu, in 2013, zit het vol tekort­komingen. ‘In het hoofdgebouw zit nog enkel glas. Dat geeft problemen met het binnenklimaat doordat het altijd te warm of te koud is. Het is een oud gebouw, dat als voordeel heeft dat de lokalen ruim zijn opgezet, maar het heeft veel onderhoud nodig. De kozijnen zien er armoedig uit omdat we al jaren wachten op subsidie om ze te vervangen.’

Ook in het gebruik is het gebouw niet meer van deze tijd. ‘De buitenschoolse opvang zit elders. Overblijf is het enige dat we op school doen. Kinderen eten in de klas en daarna spelen ze bij toerbeurt buiten. Ook is het gebouw niet geschikt voor gehandicapte leerlingen. We hebben bijvoorbeeld geen lift. Daar lopen we nu tegenaan met een ouder die in een rolstoel zit. Om het gebouw toegankelijk te maken voor rolstoelen, moeten we bij de gemeente een aanvraag indienen.’

Oberon, een adviesbureau voor onderwijs en welzijn, berekende dat er voor 7 miljard euro aan achterstallig onderhoud is aan schoolgebouwen. Maar liefst 70 procent van de elfhonderd school­leiders die aan het Oberon-onderzoek meededen, vindt dat hun schoolgebouw moet worden aangepast. Het meest urgent zijn verbeteringen aan klimaat­installaties, aan deuren en ramen en aan isolatie. Per basisschool komt dat neer op een half miljoen euro, voor elke middelbare school op 3 miljoen euro.

Het onderzoek sloot aan op een inventarisatie van brancheorganisatie Bouwend Nederland, waaruit blijkt dat 75 procent van de scholen een energielabel heeft van C of lager. Minstens een kwart van de gebouwen valt zelfs onder het laagste energielabel G. Er valt dus wel wat winst te behalen, zou je denken. Alleen al een lagere energierekening levert geld op en daarmee verdient de investering zich terug. Waarom gebeurt er dan niets?

Zwartepieten
Het ministerie van Onderwijs heeft vast­­gesteld dat bij alle gemeenten maar een deel van het geld dat ze voor onderhoud van scholen ontvangen daar ook daadwerkelijk aan wordt besteed. Dik 250 miljoen blijft jaarlijks hangen bij de gemeenten. Dat geld wordt vanaf 2015 naar de schoolbesturen overgeheveld. Maar het is nog maar de vraag of dat iets oplost.

Scholen zijn verantwoordelijk voor de binnenkant van het gebouw, gemeenten voor de buitenkant. De regel lijkt simpel. Tot blijkt dat het over onderhoud gaat, niet over renovatie. Sinds 1997 is renovatie expliciet uit het budget van de gemeenten gehaald en niet in de pot die de scholen krijgen gestopt. Een verfje op het kozijn zit er dus wel in, het vervangen ervan niet. Dat geldt ook voor investeringen ín het gebouw zoals nieuw sanitair of een betere klimaatbeheersing.

Dus begon een spelletje zwartepieten. Het onderzoek van Oberon werd op 31 oktober openbaar gemaakt. Direct daarna, op 1 november verklaarde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten dat het niet aan hén ligt, maar waarschijnlijk aan de scholen zelf. En op 5 november stelde staatssecretaris Dekker van Onderwijs dat het onacceptabel is als schoolgebouwen achterstallig onderhoud hebben. Dekker riep de gemeenten op het geld dat ze krijgen voor huisvesting daar ook echt voor te gebruiken. Hij benadrukte dat de gemeenten elk jaar 1,5 miljard euro ontvangen voor het onderhoud, een bedrag dat Dekker eigenlijk in zijn geheel wil overhevelen naar de schoolbesturen.

Eufemistisch
Zó moet het dus niet, verzucht Wichert Eikelenboom. Hij zit in overlegorganen op landelijk niveau en is bestuurslid van Voila (Verschillend Onderwijs In Leusen Achterveld) en houdt zich veel bezig met onderhoud en nieuwbouw voor zijn eigen basisscholen. Voila heeft er dertien met 2.300 leerlingen en 220 leraren. ‘Dat naar elkaar wijzen vind ik niet juist’, zegt Eikelenboom. ‘Je hebt elkaar keihard nodig. Het ligt ook niet alleen aan gemeenten, zij krijgen van het Rijk ook steeds minder geld. We hebben een megaprobleem, dit is heel belangrijk. Goed licht en goede ventilatie brengen de prestaties omhoog van kinderen en onderwijzers. Dan moet je niet meteen roepen dat iets niet kan, maar je moet kijken hoe je het toch voor elkaar kunt krijgen.’

Eikelenboom heeft realistische verwachtingen van de situatie na 1 januari 2015, om het eufemistisch te zeggen. Hij vreest dat het extra geld niet aan onderhoud wordt besteed omdat het als lumpsum in de kas van de scholen wordt gestort. Het is erg verleidelijk om dat dan te gebruiken voor andere doeleinden. ‘Onderhoud is mijn ding, maar dat geldt niet voor alle schoolbestuurders. Als je alles uit het budget wilt halen wat er in zit, moeten schoolbesturen ondernemender worden. Dat is niet eventjes geregeld. En als ze zich daar niet tegen opgewassen voelen, moeten ze niet aarzelen om andere constructies te zoeken zodat andere partijen verantwoordelijk worden voor het beheer.’

Frisse lucht
De regelgeving is wel een enorme sta-in-de-weg, vindt de schoolbestuurder. ‘De VNG­-verordening die je moet toepassen, Jezus man, ohhh’, verzucht hij. ‘Als je precies doet wat daar in staat, komt er nooit een nieuw gebouw. Die moet je onder in een la durven leggen en gelukkig hebben wij zo’n goede verstandhouding met de gemeente dat dat kan. De landelijke regel­geving is ook helemaal niet toegesneden op de huidige praktijk. Die dateert uit 1997 en is heel gecentraliseerd. Daar moeten we vanaf, we moeten naar waardegericht bouwen. Samen bedenken hoe je wilt dat scholen moeten zijn en díe bouwen.’

Het is prettig dat schoolbesturen na 2015 zelf het onderhoudsbudget beheren, maar dat lost het fundamentele probleem niet op, denkt Wim Lengkeek. Hij adviseert drie schoolbesturen met 34 schoolgebouwen in zeventien gemeenten over hun strategisch huisvestingsbeleid. Lengkeeks probleem is niet zozeer het achterstallig onderhoud, er wordt wel geverfd, maar investeringen in bijvoorbeeld dubbel glas of klimaatbeheersing blijven uit. Er zou een grote inhaalslag gemaakt moeten worden, maar de vraag is wie dat gaat betalen. Het Rijk zegt dat ze dat geld al heeft gegeven aan gemeenten, alleen het is niet aan onderhoud besteed. Gemeenten op hun beurt zeggen dat dat geld niet meer beschikbaar is.

Lengkeek verwacht na 1 januari 2015 geen explosie van renovatie en nieuwbouwplannen. ‘Natuurlijk niet. Er wordt een klein stroompje geld omgeleid. Als je nieuwbouw wilt plegen, moet je voldoen aan het bouwbesluit dat is gebaseerd op de Londo-normen uit 1984. Daar kunnen scholen geen gebouwen van neerzetten die voldoen aan moderne eisen op het gebied van frisse lucht en duurzaamheid. Laat staan bestaande gebouwen renoveren.’

De laatste decennia is de portemonnee wel verschoven, maar er is geen fundamentele discussie geweest wat er mee moet gebeuren, zegt Lengkeek. ‘Gemeenten raken hun verantwoordelijkheid voor de scholen niet kwijt. Onderwijs is tegenwoordig niet meer los verkrijgbaar. Het moet gecombineerd worden met opvang, jeugdzorg en achterstandsbeleid. Scholen hebben daarin nog te maken met teveel loketjes. Een gebouw van nu moet er ongeveer net zo uitzien als honderd jaar geleden. Als de overheid goede scholen wil voor haar kinderen, dan zullen ze om tafel moeten zitten met scholen, architecten en bouwers om uit te praten: wat willen we, hoe kunnen we dat doen en wie betaalt wat.’

Schutting
Petra Toor van Het Winterkoninkje hoopt ondertussen dat het achterstallig buitenonderhoud van haar school goed in kaart is gebracht voordat de school per 1 januari 2015 zelf verantwoordelijk wordt voor het onderhoudsbudget. ‘Er zal zeker geld mee moeten verhuizen. De schutting is bijvoorbeeld ooit door de gemeente neergezet. Als ik in 2015 bij het bestuur aanklop voor vervanging, dan hoop ik dat de gemeente er geld voor heeft gereserveerd heeft en dat overdraagt.’

Bouw staat klaar om onderhoud aan te pakken
Nederland telt ongeveer tienduizend schoolgebouwen, waarvan achtduizend voor primair onderwijs. Jaarlijks worden er tachtig basisscholen gebouwd. Dat betreft deels vervanging en deels nieuwe scholen. ‘Met het huidige tempo van bouwen en onderhouden, moet een school dus honderd jaar mee, terwijl ze daar niet op ontworpen worden’, concludeert Maxime Verhagen, voorzitter van ­Bouwend Nederland. Bouw- en installatiebedrijven zouden erg geholpen zijn met meer opdrachten uit het onderwijs. Verhagen: ‘Schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs zijn nu gemiddeld 38 jaar oud en we zien dat de kwaliteit en functionele geschiktheid ervan al onder druk staan.’ Scholen worden steeds intensiever gebruikt, bijvoorbeeld voor buitenschoolse opvang. Veel gebouwen zijn hier niet voor ontworpen.

Alleen al de besparing op de energienota van scholen, zou schoolbesturen én overheid moeten overtuigen dat de investering in renovatie zichzelf terugverdient en dus ­gedaan móet worden. Dat de bouw en installatiebedrijven hiermee ook geholpen zijn, is een mooie bijkomstigheid.

Niet alleen onderhoud schoolgebouwen stiefmoederlijk bedeeld
Niet alleen schoolgebouwen worden door de overheid stiefmoederlijk behandeld. Eigenlijk worden onderhoud van en investeringen in al het maatschappelijk onroerend goed opgerekt. Het gaat om gebouwen van verschillende grootte en met diverse functies, zoals gemeentehuizen, brandweerkazernes, gemeentewerven, scholen, sporthallen en dienstwoningen. De gemeente Lingewaard kwam in het nieuws door te zeggen dat ze al haar gebouwen wilde verkopen. Probleempje: niet alles is even courant en up to date. Lingewaard kampt in totaal met 3 miljoen aan achterstallig onderhoud.

Ook zorginstellingen lopen achter met onderhoud. Zij concentreren zich op hun primaire taak (het verlenen van zorg) en niet op onderhoud. Omdat daar weinig oog voor is, laten zorginstellingen de kans liggen om 10 tot 15 procent op de kosten te besparen.

Sinds de economische crisis staat het behoud van de gemeentelijke monumenten ook meer onder druk. Volgens Right Marktonderzoek (2011) wordt circa 18 procent van de gemeentelijke monumenten (circa tienduizend objecten) geconfronteerd met achterstallig onderhoud. De belangrijkste oorzaak voor het achterstallig onderhoud is het gebrek aan financiële middelen.

Bron: Vereniging VNO-NCW