Vlaanderen wijst Nederland de weg met inhaalslag scholenbouw

Oude schoolgebouwen met een slecht binnenklimaat. Net als Nederland kampt ook Vlaanderen met een grote achterstand in de scholenbouw. Maar anders dan Nederland is Vlaanderen al met een inhaalslag begonnen. Publiek-private samenwerking moet onze zuiderburen in drie jaar 200 (ver)nieuw(d)e scholen opleveren. Bouwend Nederland wil voor ons land ook zo’n inhaalslag en maakt van scholenbouw een hoofdthema in de gemeenteraadsverkiezingen 2014.

In de Vlaams-Brabantse gemeente Londerzeel worden dit jaar nieuwe gebouwen opgeleverd voor een technische school. Dat lijkt op het oog niet zo’n opvallend feit, maar er schuilt een ambitieus en interessant programma achter: Londerzeel was een pilot voor 165 bouwprojecten, die Vlaanderen in drie jaar tijd tweehonderd nieuwe of nieuw gerenoveerde scholen zullen opleveren. Dat programma, ‘Scholen van Morgen’ geheten is het grootste scholenbouwproject ooit in België.

Scholen van Morgen

‘Scholen van Morgen’ is een enorme inhaalslag. Het doel is om in 2017 zo’n 73.000 leerlingen weg te hebben uit verouderde gebouwen en container-lokalen. De inhaalslag was hard nodig, weet Philippe Monserez, die de totaal 70 medewerkers van de programma-organisatie aanstuurt. ,,In Vlaanderen is decennialang veel te weinig geïnvesteerd in scholenbouw. De scholen werden niet aangepast aan de gestegen leerlingenaantallen en aan de nieuwe onderwijsbehoeften. Rond 2004 nam de Vlaamse regering daarom het initiatief om de achterstand serieus aan te pakken.”

Het verouderde scholenbestand in Vlaanderen zorgde ook voor hoge energierekeningen. ‘Scholen van Morgen’ zet in op duurzaam en energiezuinig, mede aangezet door relatief strenge milieuwetgeving, zo vertelt Monserez. Dankzij slimme technieken, goede isolatie en het terugwinnen van warmte ligt het energieverbruik in de nieuwe technische school in Londerzeel straks ruim 75 % lager dan in een traditioneel schoolgebouw.

Publiek-private samenwerking

Omdat er te weinig publieke middelen voor de inhaalslag waren, werd gekozen voor publiek-private samenwerking. “Na een openbare procedure koos de Vlaamse regering in 2009 voor samenwerking met AG Real Estate en BNP Parisbas Fortis”, aldus Monserez. AG Real Estate is een belangrijke speler op de Belgische vastgoedmarkt, BNP Paribas Fortis zorgt voor de financiering. De partners vormen samen de vennootschap “DBFM Scholen van Morgen nv”, die niet alleen bouwt en renoveert, maar ook 30 jaar lang zorg voor het onderhoud van de scholen. De schoolbesturen betalen gedurende die 30 jaar een vorm van huur. Nadien worden de schoolgebouwen aan de gebruikers overgedragen.

Volgens Monserez heeft het werken in een publiek-private samenwerking grote voordelen. ,,Ieder brengt zijn eigen specialisme en deskundigheid in. Wij werken op een hele rationele, bijna industriële manier, maar we houden rekening met de wensen van betrokkenen en met plaatselijke omstandigheden. Omdat het programma zo groot is, kunnen we specialisten aan het werk zetten. Zo hebben we iemand in dienst die zich per project uitsluitend bezighoudt met de communicatie met omwonenden. Niet iedereen is blij met een school naast de deur”.

Veel meer is nodig

Na een aanloopfase ‘Scholen van Morgen’ in 2013 op stoom geraakt. In hoop tempo is gewerkt aan bouwvergunningen. Vlak voor de jaarwisseling konden Philippe Monserez en zijn team vieren dat de 100ste binnen was. Slechts één dossier is beland bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, waar de Vlamingen beroep kunnen aantekenen tegen het verlenen of afwijzen van vergunningen. “Voor slechts 6 projecten moet de bouwvergunningsaanvraag nog worden ingediend”, weet Monserez.

‘Scholen voor Morgen’ is een enorm programma, maar toch is het relatief klein in verhouding tot wat Vlaanderen aan investeringen in scholenbouw nodig heeft. Monserez: ,,Tot 2017 investeert Scholen van Morgen ongeveer 1 miljard euro in scholenbouw. Daar profiteert de bouwsector van. Maar de wachtlijsten worden nog steeds langer en om alle aanvragen weg te werken, is misschien wel 4 of 5 miljard euro nodig. Of er daarom een vervolg komt? Dat is een politieke beslissing, en in mei van dit jaar zijn er (federale en Europese) verkiezingen in België”.

Nederlandse inhaalslag nodig

Over verkiezingen gesproken: Nederland kiest op 19 maart nieuwe gemeenteraden. Scholenbouw moet daarin volgens Bouwend Nederland een belangrijk thema zijn. Volgens de brancheorganisatie zijn veel schoolgebouw in slechte staan en is er de afgelopen jaren bij gemeenten geregeld geld voor scholenonderhoud op de plank blijven liggen. Het kabinet hevelt vanaf 1 januari 2015 256 miljoen euro over naar schoolbesturen. Daarmee zou een Nederlandse inhaalslag kunnen beginnen.

Bijvoorbeeld op het gebied van energiebesparing ligt er, net zoals in Vlaanderen, bij Nederlandse scholen veel werk. Voorzitter Maxime Verhagen riep eerder op de scholen die nog energielabel G hebben op zijn minst op te waarderen tot label C. “Gericht investeren in die gebouwen zorgt voor een betere leer- en werkomgeving, beheersbare exploitatiekosten en geeft de bouw een welkome impuls. Kortom, daar heeft iedereen baat bij.”

Bron: Podium Bouwend Nederland