Zijn Vlaamse scholen klaar voor de bouw?

211 basis- en secundaire scholen wachten op 1 miljard euro om aan de grootste inhaaloperatie van de Vlaamse scholenbouw ooit te beginnen. “Maar lang niet alle scholen zijn klaar om aan hun opdracht als bouwheer te beginnen”, zegt Vlaams Bouwmeester Marcel Smets. Schoolbesturen zijn heel voorzichtig, conservatief en beperkt in hun visies en verwachtingen.” Terwijl de Vlaamse regering naar een financier zoekt voor de historisch grote inhaaloperatie, probeert de Bouwmeester aan het bouwbewustzijn van schoolbesturen te werken. “Over scholenbouw moet je niet na-denken maar vooruit-denken.”

Interview

Vlaanderen is nog geen kampioen in scholenbouw

“Scholen moeten weer leren dromen, een masterplan of langetermijnvisie over het schoolgebouw ontbreekt nog te vaak”, klaagt Vlaams Bouwmeester Marcel Smets. Hij waakt over de kwaliteit van de 211 scholen die in de inhaaloperatie scholenbouw zijn gestapt. “Als scholen bouwplannen hebben dan is dat nog te vaak omdat ze bijvoorbeeld een dringende behoefte aan extra oppervlakte hebben.” Verlaten Vlaamse scholen binnenkort de grote oplapperiode?

Is er echt behoefte aan een grote inhaaloperatie scholenbouw?

Anne Malliet, teamlid Vlaams Bouwmeester: “Op sommige plaatsen zijn de toestanden echt schrijnend: plafonds die naar beneden komen, verf die overal afbladdert, vochtinsijpeling… dat lijken wel ‘Roemeense’ toestanden. Vlaanderen is de kampioen van de wiskunde, maar zeker niet van de scholenbouw.”

Vlaams Bouwmeester Marcel Smets: “Die schrijnende toestanden zijn een gevolg van 25 jaar onderinvesteren in schoolgebouwen. De inhaaloperatie houdt in dat we achterstallige investeringen uiteindelijk uitvoeren. Daarnaast zijn de  gewone budgetten voor scholenbouw opgetrokken.”

Zijn er in het verleden nog zulke grote bouwinvesteringen geweest?

Marcel Smets:“De laatste grote bouwgolf in het onderwijs stamt uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw en ging hand in hand met de democratisering van het onderwijs. Dat leverde zware, modernistische gebouwen op. Nadien zijn er vooral voorlopige gebouwen bijgekomen: containers of paviljoentjes die eventjes de nood moesten lenigen, maar intussen staan ze er wel vijftig jaar. We hebben heel die tijd eigenlijk niet

veel meer gedaan dan onze scholen opgelapt. Ik hoop dat de scholen die we nu gaan bouwen een herkenbare typologie zullen uitstralen. Neem alleen nog maar de energiekwestie. Het onderwijs heeft in deze een voorbeeldfunctie te vervullen, dus kies je bijna automatisch voor duurzame scholen. Dat zal zich weerspiegelen in veel compactere scholen dan we nu hebben. Over scholen bouwen moet je niet na-denken maar vooruit-denken.”

Schoolbesturen weten hoe je een school moet runnen, maar zijn het ook goede bouwheren?

Anne Malliet:“Schoolbesturen zijn vaak leken wat bouwen betreft. Dat is logisch. We willen daarom de scholen helpen wapenen om hun eigen masterplan op te stellen. Bijna dertig scholen van de inhaaloperatie zijn in ‘Studio Open School’ gestapt. Onder andere architectuurstudenten helpen scholen via omgevingsanalyses en concrete bouwplannen om een projectdefinitie op te stellen. Dat wordt een sleuteldocument voor een kwaliteitsproject. Schoolbesturen zullen er tijdens het bouwproces steeds naar kunnen teruggrijpen om te zien of het project nog steeds de oorspronkelijke ambities blijft waarmaken.”

Vinden architecten scholen bouwen voldoende boeiend?

Marcel Smets: “Ja, natuurlijk. De positie van de school zit in een interessante, dubbelzinnige situatie. Een school wil enerzijds los van de maatschappij bestaan, een veilige haven waar de meester of juf even de plaats van de ouder inneemt. Maar de school wil anderzijds ook een wijkfunctie vervullen en open staan voor haar omgeving. Dat spanningsveld tussen gesloten en open maakt het interessant voor een architect om aan de slag te gaan. Bij het grote publiek bestaat nog vaak het vooroordeel dat goede architectuur duur is. Dat is niet zo. Al geef ik toe dat architecten vaak zelf gezorgd hebben voor een elitair imago. Architecten zaten vaak opgesloten in hun jargon. Ze moeten leren luisteren én praten met hun opdrachtgever. Architectuur gaat over de dagelijkse werkelijkheid van een mens. Vijfentwintig jaar geleden was milieu geen item, nu is het dat wel. Dat moet met architectuur ook kunnen gebeuren.”  

Sjapo

Geen les meer op de trap

“Twee jaar geleden kregen leerlingen hier nog letterlijk les op de trap”, zegt directeur Sven Moens van basisschool Sint-Joost-Aan-Zee in Sint-Joost-ten-Node. Maar de tijd van invallende plafonds en uitbreidende vochtvlekken is voorbij voor het achterste deel van de school. Nu is de trap het paradepaardje van de gerenoveerde school. “Deze binnenspeelplaats is in de 19de eeuw gebouwd. Toen redeneerde men: kinderen moeten binnen spelen om gevaren als tbc te ontlopen. De klassen met hoge zolderingen hebben allemaal een mezzanine gekregen en het dak van de school is vervangen door een extra verdieping met zeven klassen en ruimte voor vier dakterrassen. Die bovenverdieping is via een buitentrap toegankelijk. Na de schooluren kunnen externen via die trap gebruik maken van onze klaslokalen.” De gemeente Sint-Joost-ten-Node schreef een architectuurwedstrijd uit om de school te renoveren. Kathleen Mertens&Bas won. “Vóór de architect aan haar plannen begon, sprak ze met leraren, directie en leerlingen. Een goede voorstudie, weten wat je met je onderwijs wil, nadenken over de rol van de school in de gemeente zijn essentieel om tot een geslaagde renovatie of bouw te komen.”

Operatie scholenbouw

Wanneer start de inhaaloperatie scholenbouw?

De gigantische inhaaloperatie scholenbouw (211 scholen krijgen in totaal 1 miljard euro) zit in de allerlaatste fase van voorbereiding. Heel binnenkort wordt een definitieve financier aangeduid. Daarvoor blijven vier kandidaten over: KBC-DEXIA, de groep Cofi nimmo- Gemeentelijke Holding, Fortis en Fortis Real Estate, en het consortium NIBC, Barclays en Meridian. Na de individuele  onderhandelingen met die vier kandidaten verschijnt het ultieme bestek (het zogenaamde BAFO-bestek van ‘best and final offer’). Daarop kunnen de vier kandidaten hun definitieve offerte baseren.

Minister Vandenbroucke had graag al vorig jaar een financier aangeduid, maar door allerlei juridische kwesties namen de besprekingen over bestek en offertes veel meer tijd in beslag dan voorzien. De minister begrijpt dat de vertraging wrevel kan opwekken: “Maar we begeven ons dan ook op volstrekt onontgonnen terrein, zowel qua budget als voor de inhoudelijke eisen die we aan de financier stellen. Het komt er in dit contract op aan om heel precies te omschrijven welke risico’s de financier draagt (bijvoorbeeld in verband met duurzaamheid en onderhoud) én om de beste prijs voor de scholen te krijgen. Over enkele jaren zal iedereen het project daarop beoordelen en niet op de enkele maanden vertraging bij de start.”

Privé moet duurzame scholen betalen

De inhaaloperatie scholenbouw gebeurt via alternatieve financiering, een publiek-private samenwerking (PPS). Het bouwproces zal niet op een klassieke wijze verlopen. Nu stelt men eerst een ontwerper/architect aan en gaat met hem aan tafel zitten om een ontwerp, een plan uit te werken in onderling overleg in verschillende stappen. Vervolgens maakt de ontwerper een bouwaanvraagdossier en na de bouwvergunning een aanbestedingsdossier klaar en er wordt een aannemer gezocht die het project gaat realiseren. De school betaalt de aannemer, neemt het gebouw in gebruik en staat dan ook als eigenaar in voor het onderhoud. Voor de inhaaloperatie wil men volgens het principe van DBFM werken. Alles wordt tegelijk  aanbesteed: Ontwerp, Bouw, Financiering en Onderhoud.
Momenteel zoekt de Vlaamse overheid nog naar de privé-partner waarmee ze een DBFM-vennootschap wil oprichten. Die DBFM-vennootschap zal het hele project financieren, alle 211 bouwprojecten realiseren en vervolgens betalen de betrokken scholen jaarlijkse beschikbaarheidsvergoedingen aan de financier terug. Na dertig jaar wordt het gebouw dan kosteloos overgedragen aan de school. Omdat het contract tussen de vennootschap en de school zogenaamde Service Level Agreements (SLA’s) bevat, zal het gebouw ook in het laatste jaar van de overeenkomst aan dezelfde contractvoorwaarden moeten voldoen als in het eerste jaar. Voldoet het gebouw niet meer dan zal de financier het onderhoud moeten betalen of hij ontvangt geen beschikbaarheidsvergoeding. De vennootschap zal met andere woorden worden gestimuleerd om een degelijk, duurzaam gebouw te realiseren.

Wat moet de school betalen?

De 211 scholen van de ‘inhaaloperatie’ krijgen evenveel subsidie als ze via de gewone financiering van scholenbouw zouden ontvangen. Een basisschool ontvangt zeventig procent en een secundaire school zestig procent van AGIOn voor de bouwkosten. Alleen de scholen van het GO! krijgen honderd procent van het bouwbedrag betoelaagd. Net zoals bij de gewone scholenbouw hangt de maximale oppervlakte waar een school recht op heeft af van het leerlingenaantal en de maximale bouwkost van het project.

De laatste jaren wél veel geld voor scholenbouw

De laatste jaren is er veel meer geld aan scholenbouw besteed. Het klassieke budget voor schoolgebouwen steeg van 137 miljoen euro in 2004 naar 421 miljoen euro dit jaar. Met dit investeringsbedrag wordt niet alleen oplapwerk verricht. Van het volledige budget gaat ongeveer 1/3 naar zuivere nieuwbouwprojecten. Met de grondige renovaties daarbij kom je bijna aan 50 %. Via het Agentschap voor Schoolinfrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) wil de overheid scholen graag helpen bij hun infrastructuurproject. Het agentschap zal deel uitmaken van de DBFM-vennootschap.

Bron: Klasse voor Leraren